De evolutie van Artificiële Intelligentie
De avond begint met een lezing van dr. ir. Thomas Winters (gastprofessor AI aan de KU Leuven). Hij staat stil bij de technische kant van AI en schetst hierbij de evolutie van taalmodellen naar agents. Tussen die taalmodellen – die we vaakst gebruiken, maar die ook veel meer fouten maken – en agents gaapt er immers een diepe kloof. Taalmodellen raden in essentie het volgende woord. Voor meer complexe opdrachten, maar ook voor wiskundige berekeningen, gaan ze soms de mist in. Om dit te vermijden is het belangrijk om redeneerstappen toe te voegen en tools te laten gebruiken. Agents doen dit al en kunnen intussen steeds meer taken even goed of zelfs beter dan de mens. Een evolutie die steeds sneller gaat.
AI heeft enorme mogelijkheden, maar er bestaan ook gevaren. Zo blijken AI-modellen niet immuun voor vooroordelen. Daarnaast kost het trainen van modellen veel energie. Voor kleine opdrachten valt dit mee, maar agents verbruiken veel meer dan een gewone chat. Daarnaast bestaat het gevaar dat AI data gaat aanpassen of verwijderen. Let daarom op met de toegang tot privé data, de mogelijkheid tot extern communiceren en de blootstelling aan onvertrouwde inhoud. Ook is het belangrijk– zeker wanneer je nog niet zo vertrouwd bent met de technologie – om agents slechts minimale rechten te geven en hen expliciete toestemming te laten vragen voor gevaarlijke acties.
Digitale rechtvaardigheid
Daarna focust onderzoeker, schrijver en adviseur Paola Verhaert op AI en de strijd voor digitale rechtvaardigheid. Ze stelt vast dat er heel veel apocalyptische berichten verschijnen over onze digitale toekomst, die bovendien vaak gevoed worden door de grote techbazen. Er bestaat een crisis van de verbeelding, waarbij een handvol machtige bedrijven onze verbeeldingskracht volledig gekaapt hebben en zo een monopolie op (het denken over) onze digitale toekomst claimen. Hun dystopische visie, gedreven door een logica van hyperkapitalisme, bewaking, controle en veiligheid lijkt zo de enig mogelijke optie. Een toekomstbeeld dat helaas ook in stand gehouden en naar het beleid vertaald wordt door politici. Deze visie is erg gevaarlijk, want zo dreigen we te vergeten dat we de structuren van onze samenleving niet zomaar moeten ondergaan, maar dat we ze ook kunnen veranderen.
Verhaert pleit er daarom voor om de rol van de burger in de digitale samenleving te herzien: niet louter een gebruiker die zich voortdurend moet laten opleiden om mee te kunnen op de ‘digitale trein’, maar een mede-architect van de digitale samenleving. Ze wil de bewijslast verschuiven van de consument naar de bedrijven: zij zouden moeten kunnen bewijzen dat nieuwe AI-producten niet alleen een economische, maar ook een maatschappelijke meerwaarde creëren. Overheden zouden hierbij hun innovatiebeleid moeten heroriënteren naar de ondersteuning van technologieën die helpen om maatschappelijke uitdagingen (bijv. klimaatcrisis) aan te pakken, en de gemeenschappen die het meest te lijden hebben onder de onverantwoorde toepassing van technologie zouden mee zeggenschap moeten krijgen over de digitale toekomst. Kortom: de digitale samenleving is geen vaststaand gegeven, maar een onvoldongen feit.
Vragen uit het publiek
Na hun lezing gaan Winters en Verhaert in gesprek met het publiek. Een eerste vraag is of de enorme mogelijkheden van AI ertoe zullen leiden dat we minder zullen moeten werken, of dat we gewoon meer zullen doen op dezelfde tijd. Het is (helaas) waarschijnlijk de tweede optie. AI gaf aanleiding tot heel wat beloftes, maar die werden niet altijd ingelost. Het is belangrijk om erover te waken dat lusten en lasten eerlijk verdeeld worden.
Verschillende vragen hebben betrekking op de regulering van AI. Hoe kunnen we in de huidige geopolitieke context in Europa technologie reguleren een aanpassen aan onze waarden? Leidt regulering er niet toe dat we terrein verliezen en achter de feiten aanhollen? De experts stellen dat het toch belangrijk is om een tegengeluid te laten horen, want de VS willen echt wel veel waarden en vrijheden opofferen in deze race. Maar ook de verrechtsing in Europa houdt gevaren in, zowel omwille van de puur economische benadering van het thema, als omwille van de mogelijkheden die AI biedt voor (grens)controle. We moeten dus duidelijk de vraag stellen wat wij wel (en niet) willen. Regulering hoeft vooruitgang niet in de weg te staan. We kunnen ook i.v.m. digitaal beleid het goede voorbeeld geven, zoals al gebeurt in bepaalde steden zoals Barcelona.
Hoe kunnen we mensen die digitaal minder sterk zijn meenemen? Hiervoor moeten we inzetten op dialoog en het versterken van het zelfvertrouwen. We moeten afstappen van het idee dat alleen wie helemaal mee is zich zou mogen laten horen. Iedereen heeft recht van spreken, want iedereen wordt geraakt door wat er gebeurt in de digitale wereld.
Hoe zit het met de financiering van de AI-systemen? De ontwikkeling is erg duur, er wordt te weinig opgehaald en aandeelhouders zijn volatiel. Er wordt ook geld in geïnvesteerd (bijvoorbeeld uit pensioenfondsen) dat eigenlijk voor andere dingen bedoeld is. Er wordt wel waarde gecreëerd, maar het is de vraag of die in verhouding staat tot de investering. Bestaat er geen gevaar voor een bubbel? Het lijkt erop dat sommige spelers erop mikken om too big to fail te worden. Wanneer techbazen toch pleiten voor regulering, dan is dat in functie van hun marktaandeel. Dit is te vergelijken met wat er gebeurde met de interneteconomie waar er nog maar enkele grote spelers overblijven.
Tenslotte is er de vraag hoe we ons kunnen wapenen tegen AI-slop. Er bestaat helaas geen magische knop, wel is er een tegenbeweging, ook bij bedrijven. Mensen herkennen AI steeds vaker en storen er zich aan. Al zie je het vooral wanneer het slecht gedaan is, natuurlijk. Want eigenlijk geldt voor AI wat voor alles geldt: creatieve mensen gebruiken het creatiever. Meteen een oproep om te (blijven) investeren in de creatieve sector.